30 januari 2009

Dit is het vervolg op de twee vorige delen van de oude beroepen trilogie. Waarbij een zestal oude beroepen de revue passeren. Van boven naar onderen zie je een leurder, melkboer, huisslachter, kuiper, fruitboer en een douanier.


Een leurder of colportage is iemand die van deur tot deur gaat om diensten en/of artikels te verkopen (stofzuigers, Britannica encyclopediën, tijdschriften, enz.) aan de bewoners.  Het woord colportage is trouwens een samentrekking van het Latijnse woord voor meebrengen (comportare) en het Franse woord Coltin (bescherming van schouders en nek).  Maar dat is een term dat je in Vlaanderen maar weinig hoort, wellicht ook omdat je hiervoor bij de overheid een leurkaart moet gaan halen en geen colportage kaart.

Als ik aan een leurder denk link ik dat ook automatisch aan het personage van Theofiel Boemerang uit Suske en Wiske.  Die te pas en te onpas langs kwam om allerlei producten aan te bieden.

Hoewel de klassieke leurder zo goed als uit het straatbeeld is verdwenen, zou je wel kunnen stellen dat de getuigen van Jehova nog onder de categorie van leurder zouden kunnen worden geplaatst.  Aangezien ze van deur tot deur gaan om een overtuiging aan te bieden.

Een melkboer is dan weer iemand die melk en zuivel producten aan huis brengt.  Het verschil met de leurder is dat je bij de melkboer heel wat frequenter langs komt, zeker als je er een soort abonnement bij neemt.

Het beroep ontstond in de 19de eeuw wanneer werkloze boerenzonen de stad in trokken en er winkeltjes begonnen met zuivelproducten of van deur tot deur gingen om hun producten aan te bieden.  Sindsdien is de melkboer veranderd in melkman en is hij door de opkomst van de supermarkt zo goed als verdwenen uit het straatbeeld.


Een huisslachter is iemand die bij jou aan huis komt om dieren te slachten .  Maar onder andere door het verstrakken van de Europese regelgeving hier rond kan dit nog enkel in een slachthuis gebeuren.  Al worden er soms wel tijdelijke slachtomgevingen opgezet in de buurt van  een gebied waar meerdere mensen tegelijkertijd dieren wensen te slachten, zoals bijvoorbeeld voor het offerfeest.

Een kuiperij is dan weer iets heel anders, het is namelijk een werkplaats waar tonnen en vaten in mekaar gezet worden.  Alhoewel dit beroep momenteel heel wat minder populair is als dat het destijds was, wordt het nog steeds gebruikt voor het bewaren en rijpen van wijnen.  Voor andere doeleinden wordt er tegenwoordig gebruik gemaakt van ijzeren alternatieven.

Dankzij deze kuiperijen konden zee reizigers vlot allerlei proviand en water mee aan boord nemen.  Maar ook op het land werden de tonen voor allerhande doeleinden gebruikt.


Een fruitboer is een iemand die rond rijd om zijn fruit aan te prijzen of vaste standplaatsen heeft waar je langs kan gaan.  Je zou het het kunnen vergelijken met de hedendaagse versie van de marktkramer.  Wellicht werd er hiermee niet geleurd omdat de goederen heel wat langer houdbaar waren dan bijvoorbeeld die van de melkboer.


In het eerste deel had ik het over de douaniers die een boter smokkelaar tegen hielden en nu haal ik ook even de douaniers zelf aan.  Want ook voor hen is er redelijk wat veranderd.  Zo controleren ze niet meer even steevast elke in- en uitvoer van goederen die de land-, water-, en luchtgrenzen overschrijden.  Dankzij bijvoorbeeld de Schengen akkoorden die het vrije verkeer van mensen, goederen en diensten tussen de leden van het verdrag toelaten.  Dit impliceert dus ook geen vaste douane controles meer.


Uit de bovenvermelde beroepen valt het op welke invloed overheden zoal kunnen hebben op de uitvoering van beroepen en hoe ze zelf haar eigen werknemers efficiënter gaat inzetten door samen te werken met andere overheden. Maar ook hoe beroepen praktisch onherkenbaar worden door een metamorfose die aangedreven worden door de ontwikkeling van nieuwe  technologieën.

Leave a Reply

Subscribe to Posts | Subscribe to Comments

- Copyright © infocaris